Het zal waarschijnlijk aan het goede getrouwde leven liggen maar het moest dus 5 maand duren tegen ik nog eens tijd had om wat bij te bloggen. First things first: de huwelijksreis.
Huwelijksfeest - Anzegem - Brugge
Op zaterdag 23 oktober zijn we getrouwd. We hadden het zeer goed voorbereid en heel de dag is absoluut perfect verlopen van begin tot einde. Iedereen was onder de indruk, wij konden ons geen betere dag inbeelden. Om zondagmorgen 5 uur ging de muziek uit, lichten aan en al snel daarna oogjes dicht in de suite van de Rembrandt in Vichte. Tegen de middag kropen we uit ons bed voor ons ontbijt, waar we de buitenlandse gasten die ook in het hotel verbleven nog konden uitzwaaien. Daarna trokken we naar de ouders in Anzegem, nog even de Noren een goede reis terug wensen en dan met pak en zak naar Brugge, van waaruit we de maandagochtend onze huwelijksreis zouden aanvatten. Maandagochtend vroeg eventjes lichte paniek in de duisternis omdat mijn kersvrouwtje haar verlovingsring niet direct meer gezien had, ik was er redelijk gerust is dat die wel ‘ergens’tussen ons gerief zou liggen. De avond voordien was ik bovendien zelf mijn trouwring kwijtgespeeld in de badkamer maar werd die gelukkig door mijn schoonmoeder teruggevonden, kwestie van een goede eerste getrouwde indruk te maken… Vanaf dan draag ik hem dan ook aan de middelvinger, wat niet is zoals het hoort maar er zijn dan ook zoveel conventies die de mensen moeten volgen.
Brugge – Zaventem – New York
De eerste stop in de huwlijksreis was New York city waar we 2 dagen bij onze goede vriend Frederiek zouden doorbrengen. ’t is te zeggen, wij met vermoeide feestbenen en een jet lag aan 2 per uur terwijl Fred net zijn laatste stagedagen als advocaat in Manhattan met verve aan het inkleuren was. We genoten van een wandeling in de stad, een gratis pasta die op straat werd uitgedeeld, een boottochtje naar het statue of Liberty en de ‘Best Burger’ in town die Fred ons liet ontdekken in een vettige burgerplace dat netjes verstopt was in een luxerestaurant. De laatste nacht werden we gewekt door een smurf die Frederiek bleek te zijn die net een fenomenale laatste zware avond had volmaakt als het blauwe wezen. Hilarisch.
Gejetlagd maar tevreden op Times Square New York – Playa del Carmen
De volgende dag zetten we eindelijk voet op Mexicaanse bodem. Maar liefst twee taxichauffeurs stonden klaar met een bordje ‘Verschuere’, en ze bleken effectief alletwee op ons te staan wachten. We lieten het hen zelf uitvechten en even later waren we op weg van het vliegveld in Cancun naar Playa del Carmen, onze eerste Caraibische bestemming. Uitzonderlijk hadden we de hele reis via MexicoTravelPlan.com gepland, en het was dik in orde. In Playa del Carmen hadden we net zoals voor de rest van de reis een schoon hotelletje, een propere kamer en zelfs een zwembad (op 50 meter van de zee). We genoten nog snel van zee en zwembad en gingen dan op zoek naar onze eerste échte Mexicaanse maaltijd. Een redelijk toeristisch etablissement maar lekker gegeten én al meteen geleerd dat Mexicaanse dipsaus niet geschept mag worden zoals de gewone Doritos dipsaus. Na twee pintjes ‘Sol’ was het brandend gevoel gelukkig geblust. We bleven maar één nacht in Playa del Carmen, zoals we overal maar één of twee nachten zouden blijven.
Ons eerste Mexicaans ontbijt 's morgens in de vroegte
Playa del Carmen – Chitzen Itza
De nationale busmaatschappij bracht ons naar Chitzen Itza. Denk hierbij niet aan gammele busjes op kiezelstraatjes maar aan luxueuse bussen met airco, beenruimte, een filmpje; luxe die ik in Europese bussen nog niet veel gezien heb. Chitzen Itza was de eerste Maya stad die we bezochten. Een van de nieuwe zeven wereldwonderen. We verbleven in een luxeoord met een geweldig restaurant, hangmatten voor de deur en zoals steeds twee dubbele bedden in de kamer. In zoveel luxe waren we nog niet vaak op reis geweest maar die reisorganisatie had dat dus allemaal geregeld en voor een keertje zaten we er niet mee in. ’s Avonds gingen we naar de Light & Sound show op de historische site. Slaapverwekkend en onprofessioneel dus bleven we niet tot het einde. We besloten dat het beter zou zijn om niet te laat te gaan slapen om dan ’s ochtends vroeg bij de eerste te zijn aan de ingang. Zo gezegd zo gedaan, de hele trip zouden we nooit veel later dan 7 uur uit ons bed kruipen om in de ochtendkoelte van veel moois te genieten. In Chitzen Itza was het niet anders. We waren onder de indruk van de lege vlakte met de wereldwonder-tempel, het Maya-sportveld en her en der gebouwen en pleintjes die de Maya’s er gezet hadden. Indrukwekkend en uniek, daarvoor waren we er ook op bezoek natuurlijk. Net als bij de piramides in onze eerdere reis naar Egypte moet je er geweest zijn om de pracht en historiek ervan te kunnen ervaren. Na enkele uren de stad bezocht te hebben, besloten we wat bij te tanken met een burger en een liquado. Die liquado’s, dat is iets geweldigs in Mexico. Het is eenvoudigweg een cocktail met gecrusht ijs en vers fruit. Het fruit is écht vers en lekker en komt in alle vormen, smaken en kleuren. Iedere combinatie is mogelijk. Party people denkenbij Mexicaanse cocktails misschien sneller aan Tequila en Margarita cocktails maar wij hebben een hele reis lang alcoholvrije fruitcocktails gedronken. En lekker fris dat ze waren, en goed tegen de dorst. Mmmmm.
The happy couple aan El Castillo, een wereldwonder
Chizen Itza – Mérida
Mérida is een middelgrote provinciestad in Yucatan. Het is niet specifiek gericht op toeristen maar is vooral een stad waar de gewone Mexicanen werken en leven. Mérida is een bruisende stad waar we op een heel aangename manier de Mexicanen wat beter leerden kennen. Het is zeker en vast een vriendelijk volkje, hulpvaardig en oprecht geinteresseerd om te weten te komen vanwaar je afkomstig bent. We voelden helemaal niet de toeristen die moest uitgemolken worden. Op een bepaald gingen we een van de bars binnen die helemaal afgesloten was, behalve een soort van saloon-deur waardoor we wel konden merken dat het een gezellige boel was binnen. Het interessante was dat ze blijkbaar enkel bier verkochten, geen eten, geen cocktails. Perfect voor een avondje doorzakken maar niet voor hongerige toeristen. We gingen dan maar verder naar een Amerikaans aandoende diner waar we tortillasoep en Azteekse steak konden proeven. Rare dingen allemaal, maar zeer smakelijk. Al dat goeds, je komt er vanzelf losser van. Uit enthousiasme kochten we in Mérida ook een hangmat. Zonder twijfel hebben we ietsje teveel betaald dan noodzakelijk en heel nuttig is het ook niet om een hangmat te hebben als je op 30 vierkante meter woont in Parijs maar ’t zal een mooie herinnering blijven van Mérida.
Een grote Europeaan in een supermarkt vol kleine Mexicaantjes
Mérida – Campeche
Campeche was een tussenstop aan de Westkust van Mexico. Historisch erfgoed, straatjes in koloniale stijl maar weinig te beleven. We verbleven er in het Plaza Hotel, wat waarschijnlijk het minst leuke hotel was waar we verbleven zijn gedurende onze reis. Indrukwekkend was wel toen het ’s avonds opeens heel erg begon te regenen. De straten hadden geen riolering dus liep alles gewoon naar beneden, richting de zee. Onderaan de straatjes was er bijgevolg een vloedgolf van regenwater die zich verzamelde. Alles weer eens proper.
Campeche – Palenque
Met propere voeten kwamen we aan in Palenque, opnieuw een oude Maya-stad. Hoewel de stijl uiteraard vergelijkbaar was aan Chitzen Itza, bracht deze stad opnieuw een heel unieke ervaring en sfeer. In de jungle hoorden we het geschreeuw van wilde dieren, waavan we later zouden leren dat het brulapen waren. Ook zagen we plots een tapir uit de struiken opduiken , een soort van zwijntje met lange snuit, familie van de miereneter. Onbeschrijfbare uitzichten over de jungle op top van een tempel in het zonnetje, dit was vakantie van de bovenste plank. Niet heel ver van Palenque bezochten we ook de watervallen van Agua Azul en nog een andere waarvan de naam me nu ontsnapt. Een beetje érg toeristisch maar een verfrissende duik konden we niet weigeren natuurlijk.
Een waterval in het bos
Palenque – Yaxchillian – Bonampak
Onze laatste Maya tempel gelegen op Mexicaans grondgebied was Yaxchilian. Aan de grens met Guatemala, langs een rivier die de grens bepaalt tussen de twee landen. Een boottochtje van driekwartier bracht ons ter plaatse, met ons een groepje (dikke) Mexicaanse toeristen. We splitsten ons af van de meute en gingen met ons twee de tempels bezoeken. Opnieuw een nieuwe ervaring: een labyrint met vleermuizen, apen in de bomen, nauwelijks zichtbare cameleons en heel wat historiek uiteraard. Uiteindelijk kwamen we in Bonampak terecht waar we nog ‘échte indianen’ zouden ontmoeten volgens onze brochure. Echte indianen die wel al wat gemoderniseerd waren bleek uiteindelijk toen ze ons in hun autootje naar hun toeristencamping voerden. Onze ‘nacht in de jungle’ was de minst luxueuse overnachting van de reis maar niets waar een gemiddeld festivalganger zou mee inzitten.
Oude trappen en tempels in een zonovergoten jungle, de droom van elke ontdekkingsreiziger.
Bonampak – Flores – Tikal
De volgende dag staken we de grens over naar Guatemala en was het snel gedaan met de Mexicaanse gastvrijheid. Toen we met een bootje de rivier overstaken, stonden de Guatemalanen al klaar met een hoopje geld in hun handen om onze peso’s om te wisselen in Quetzal, de lokale munt. Nog wat geld aan de douaniers hier en daar en we mochten vertrekken. De langste reis van onze tocht brachten we door in een gammel busje op een niet verharde weg in een bont gezelschap van Duitsers, Italianen, Engels, Spanjaarden, Mexicanen, Amerikanen, Hollanders, Australiërs, een Japanner en nog een paar van overal. Gedeelde miserie is halve miserie dus was de ambiance nog redelijk goed in het busje. Er zaten er tussen die al maanden aan het reizen waren en gewoon de weg namen die hun het best uitkwam dus iedere keer nog op zoek moesten naar hun hotel. Voor ons wat dat allemaal geregeld. Ons hotelletje in Flores was niet slecht, ondanks het feit dat we onze kamer moesten delen met een salamander die over de muren liep en achter een fotokader sliep. Al die moeite om uiteindelijk in Tikal te geraken, een kroonjuweel van de Mayabeschaving. Om 5 uur kwam het busje ons halen zodat we om 6 uur ter plaatse waren, te laat voor zonsopgang maar op tijd om helemaal van op de hoogste tempel (Tempel IV) de ochtenddauw te zien optrekken uit de jungle en de apen hun ontbijt te zien eten in de bomen recht voor onze ogen. Tof. Meer dan 6 uur zouden we in Tikal rondlopen om uiteindelijk maar een fractie te zien van de stad die nog grotendeels bedekt is door de jungle. We zagen er ook de veelkleurige Toekan vogel. Na Tikal hadden we zo het gevoel dat we het wel gezien hadden. En dat was net op tijd want we gingen terug richting Caraïben.
Op het dak van de jungle in Tikal (Guatemala)
Tikal – Tulum
Toen we aan ons hotel in Tulum aankwamen moesten we in het donker een stukje over het strand om aan onze hut te geraken. Een grote kokosnoot lag voor de trap. ‘Fijne marketing’ dacht ik, tot we de ochtend nadien ontwaakten en onze ware locatie voor ogen kregen. Een parelwit privéstrand met ligstoelen voor het select gezelschap hotelgasten, palmbomen met échte kokosnoten die effectief uit de bomen vielen en de azuurblauwe Caraïbische zee. Zoals in de boekskes en weeral maar eens meer dan we ooit verwacht hadden. Louise heeft zich met een boekje in de zon gezet terwijl ik in de golven ging spelen en snorkelen om mijn laatste dieren in het wild (tropische vissen) te zien. Tegen dan begon mijn Spaans ook al op praktisch niveau te geraken waardoor de Mexicanen altijd nog iets vriendelijker zijn. Een droomstrand om te eindigen, helaas maar één dag want na Tulum moesten we terug huiswaarts keren. Een week aan het strand extra was ideaal geweest maar helaas, het was al heel erg mooi geweest. Na het perfecte trouwfeest, de perfecte huwelijksreis. Superduper.
Uitzicht vanuit onze luxe-strandhut
En dan back to reality: Zondagmorgen om 6u de taxi naar Tulum busstation, bus Tulum –> Palaya del Carmen, bus Playa del Carmen naar Cancun, vliegtuig Cancun –> Miami, vliegtuig Miami –> Londen, vliegtuig Londen –> Brussel, trein Brussel – >Parijs en dan de metro naar huis.
Maandagavond 23u waren we thuis. Dinsdagmorgen terug op het werk.
Eindelijk tijd om wat uit te rusten.