dinsdag 29 november 2011

De Chinees


Is niet zo klein als gedacht


Kleedt zich westers



Rijdt op elektrische scooters



Of in een Audi met geblindeerde ruiten



Tuut als hij een andere wagen passeert



Tuut niet als er iemand de baan blokkeert


Spuwt op de grond als hij dat wil



Geeft er niet om dat anderen spuwen



Duwt om op de metro te geraken



Vindt het niet erg dat anderen duwen



Babbelt graag met wildvreemde chinezen



Eet in groep aan grote ronde tafels



Houdt geen katten



Toont weining zin voor creativiteit



Heeft een smartphone



Serveert het eten als het klaar is, ongeacht de gang of aantal gasten



Kent geen restaurant etiquette



Rookt wanneer hij dat wil



Laat kinderen op straat hun behoefte doen



Kan goed op z’n hurken zitten



Kijkt graag over de schouder mee



Kijkt graag TV in de bus



Lijkt niet snel beledigd



Roept en vecht in het openbaar als het zo past



Rijdt links of rechts zoals het hem past



Wordt tewerkgesteld als ambtenaar, boomwachter bijvoorbeeld



Gaapt naar de witte mens



Draagt nooit een schort



Spreekt beter Engels dan wij Chinees spreken


Aanbidt een oud-staatsleider



Is vriendelijk maar niet hoffelijk



Trekt zich niets van aan van waarschuwingen of regels



Woont in lelijke moderne steden in beton



Drinkt warm water uit z’n thermos met kruiden



Leest enkel goed nieuws in de krant



Eet graag pikant



Gebruikt z’n telefoon als stereo voor iedereen



Moet dringend eens naar de tandarts



Woont met het hoofd in de wolken (of smog)



Vindt grijs een mooi kleur voor een huis in te schilderen



Eet graag nootjes



Is redelijk fair en behulpzaam tegenover toeristen



Is nog niet op Facebook



Gaat graag naar KFC



Heeft veel landgenoten

 


Maar lijkt slechts een schim van zijn groots verleden

woensdag 16 november 2011

Het loopt vooruit in Parijs


Hoog tijd voor nog eens een update, want ça bouge sur Paris (nog maar eens). Enerzijds letterlijk gezien Louise en ik onze sportieve lijn verderzetten en alletwee redelijk in form zijn. Louise heeft er een mooie 10km wedstrijd opzitten aan het Bois de Vincennes. Ze liep deze recordafstand voor haar proper uit zonder al te moe aan te komen. Een grote vooruitgang vergeleken met de Louise die enkele jaren geleden geen tien minuten kon lopen en dat dan nog op wandelsnelheid deed. Mijn hoed af voor haar uitstekende ontwikkeling. 15km in 2012?

Na mijn geslaagde halve marathon van Brussel vorig jaar ben ik ook redelijk in form gebleven en dan in juni terug beginnen trainen om nog eens mee te doen begin oktober. Ik heb er nog eens een alcohol-vrij regime aan vastgekoppeld, kwestie van eens gezond te doen want het werd wel heel leuk iedere week in Parijs gedurende een periode, wat goed is natuurlijk. Maar zo eens een periode gezonder eten, minder zuipen, meer slapen en een paar keer per week gaan lopen doet een mens goed. Je verliest de winterkilo’s en de conditie gaat er op vooruit. Tijdens mijn voorbereiding voor die halve marathon besloten ze op het werk dan ook met een bende om zich in te schrijven voor de 20 kilometer van Parijs, de week na die halve marathon. Om sociaal te doen heb ik me ook maar ingeschreven.

De halve marathon in Brussel was op 2 oktober. Vorig jaar was het fris maar heel zonnig. Dit jaar heel zonnig en heel warm. Maar ik had goed getraind dus was ik er gerust in, ik zou onder de 1 uur 40 minuten proberen te gaan (mijn tijd van vorig jaar). Na enkele kilometers voelde ik al dat het warm was en het zweet liep van me af. Mijn logische reactie: nog wat sneller lopen, zo zou ik er nog sneller van af zijn. Helaas pindakaas was mijn verhaaltje uit na 16 kilometer. Mijn snelle start heb ik cash betaald met een inzinkingje die mij gedurende de laatste 5 kilometer eens goed heeft doen afzien. Het ging heel traag op het einde maar ik ben niet beginnen wandelen. Na 1 uur 47 minuten zat mijn halve marathon erop. Besluit: als het warm is moet je drinken, op voorhand en tijdens, en mag je niet té snel starten. De dagen nadien liep ik tot en met donderdag rond met pijnlijke benen, ik was er bijgevolg niet te gerust in voor de volgende zondag, 9 oktober, waarop ik de 20 kilometer in Parijs moest lopen. Die zondag waren de condities gelukkig ‘beter’. Een grijze hemel en continue vlagen van regen. Geen vocht te kort deze keer. Het parcours was ook redelijk plat en ik was vooral goed geleerd van de week voordien. De eerste tien kilometer verplichtte ik mezelf traag te lopen, wat door de grote massa deelnemers niet zo moeilijk was. Vanaf tien kilometer heb ik mijn ritme ietwat opgetrokken om dan de laatste vijf door te trekken en uiteindelijk de redelijk tijd van 1 uur 40 minuten en 2 seconden te lopen. Spijtig van de noodzakelijke plaspauze (te veel gedronken deze keer) anders was ik misschien onder de 1u40 geraakt. Nu, niet slecht met een halve marathon in de benen. De recuperatie ging ook heel vlot door heel vroeg in mijn bed te kruipen en een relaxatiegel te gebruiken. Zo kon ik enkele dagen later met een tevreden gevoel mijn verjaardag vieren in een Belgische bar in Parijs (Académie de la bière) waar ik mijn schade kon inhalen van mijn niet-alcholische voorbereiding. De La Chouffes en Westmalle Tripels hebben me zelden zo gesmaakt. In gezelschap van een 15-tal collega’s/maten nog eens des te meer.

En zo gaan de dingen vooruit. We vertrokken ook voor drie weken op reis naar China, zonder veel voorbereiding maar we trokken onze plan wel.

En dan? Ja dan moet het allerspectaculairste nog komen natuurlijk. Op 10 december verhuizen we namelijk nog maar eens van land. Na Londen en Parijs is het dan tijd om de Verenigde Staten te leren kennen. Via dunnhumby (Louise’s werk) hebben we de kans gekregen om in Cincinnatti (Ohio) te gaan werken en wonen voor minstens een paar jaar. The real U S of A, dat wordt weer een GROOT avontuur. Ikzelf ben aan het kijken om eventueel bij mijn huidige werkgever te blijven werken, die zitten daar toevallig ook in Cincinnatti. We zien wel. We kijken er in ieder geval naar uit. It’s going to be legendary!



woensdag 15 juni 2011

ça bouge sur Paris

Paris

Het regent in Parijs. Wat zeg ik, het stormt in Parijs. Na een warm weekje Belgie kwamen we terug naar ons appartement op zondagavond. We namen de metro tot halte ‘Cour Saint-Emilion’ (een aanrader voor wie wat tijd heeft in Parijs) om dan nog een tiental minuten te stappen naar ons ‘thuis’. Bij het aankomen in Gare du Nord zagen we in de verte al bliksemschichten, bij het uitgaan van de metro zaten we in het volle onweer. I love it. Tien minuten stappen was het maar, maar tegen we op ons appartement waren beland, waren we helemaal doorweekt alsof we met bagage en al in een zwembad gevallen waren. We konden ook gewacht hebben en gescholen tot het onweer voorbij was maar het was al laat aan het worden en bovenal: ik hou van onweer en de zware regenval die de hele stad afspoelt, inclusief voetgangers. De natuurelementen aan het werk, heerlijk gewoon.


Un verre

Het is me zo’n wel een weekje geweest. Het begon eigenlijk begin vorige week toen mijn manager me meedeelde dat het avondje stappen met het team niet zou doorgaan omdat ze een dringend probleem moesten oplossen. Spijtig, ik had wel zin om de collega’s wat beter te leren kennen buiten het werk met wat alcohol in het bloed. Voor mijn Frans team was dat echter geen proriteit (het werk gaat voor, uiteraard) dus nam ik mijn jas en ging ik lichtjes teleurgesteld naar huis. Op dat zelfde moment passeerde de grote baas echter, een Engelsman, die zei van ‘Are you up for a beer? I’m going out with some US guys.’. Ik kon moeilijk weigeren. Niet alleen had ik die avond al zin om op café te gaan, de grote baas Dak is ook een sympathieke kerel waarmee ik af en toe al eens een pint mee ga drinken. Deze keer kwamen er dus enkele Amerikanen mee die voor een week in Parijs waren om enkele ‘business processes’ uit de doeken te doen. Het waren ook heel vriendelijke mannen die er naar uit keken om wat te relaxen ’s avonds. In het Radisson hotel waar ze verbleven lagen overal van die grote tennisballen. Blijkbaar zat het hotel vol met tennissers die meededen aan Roland Garros, niet zo heel ver gelegen van het werk. Na de aperitief in het hotel gingen we naar een redelijke chique bistrot. De enigste beperking was dat de hele kaart in het Frans was en de obers geen Engels spraken. Grote baas Dak en de Amerikanen spreken uiteraard geen Frans dus mocht ik vertalen. Sierlijke omschrijvingen van culinaire hoogtepunten is echter niet de Franse woordenschat die ik al gewend ben dus bleef mijn commentaar beperkt tot “ik denk dat dit vlees is, dat is pasta, dit is ‘gevogelte’ “ Goed genoeg uiteindelijk want alles was zowieso lekker. Dak betaalde (zoals gewoonlijk) en we besloten de avond in café ‘Au Bureau’ , waar ik al meerdere avonden heb afgesloten. Een deftig avondje op bistrot en café dus, op de kosten van het werk, en dat op maandagavond. En ook op woensdag ging ik in ‘Au Bureau’ mijn zoveelste Parisiense Guinness ging drinken terwijl de Amerikanen genoten van een Cubaanse sigaar. Op donderdagavond gingen we dan eindelijk een glas drinken met het team en op vrijdag was er de Catalina Marketing sportdag.



Journée de Printemps

Die sportdag is een traditionele teambuilding dag waarbij op een geheime locatie je allerlei opdrachten krijgt die je samen met willekeurig gekozen collega’s moet oplossen. Op het einde volgt een groot feest tot de vroege uurtjes waarna kamers zijn voorzien. Dit jaar trokken we met Catalina Marketing naar een indianenkamp niet zo ver van Le Mans. Na een hele dag touwtrekken, boogschieten, speerwerpen, Indo-lacrosse, tipi-bouwen en rodeo rijden zat de sfeer er al goed in. De dag werkt afgesloten met een vlammend feestje met Jupiler en Leffe waar ik nog eens ouderwets uit de bol ging. Het einde van de avond is nog steeds wat wazig maar ik ben in ieder geval in mijn tipi geraakt (matrasje op de grond, zonder dak) waar ik bibberend van de kou wakker werd op zondagmorgen met een deftige kater. Aan het grote kampvuur centraal op het plein haalde ik nog wat slaap in voor we de bus terugnamen naar Parijs. Iedereen was moe, vuil, hongerig en had pijnlijk spieren van de beproevingen de dag voordien. Maar het deed er allemaal niet toe, het was superleuk geweest en de sfeer beter dan ooit. Ik was ook helemaal uitgefeest na een hele week op café en een zware party op het einde.


Adieu
Helaas haalde de werkelijkheid mijn feestroes in kort nadat ik terug in Parijs was. Een oude krijger van de familie stond op het punt ons te verlaten dus boekte ik snel mijn treintickets terug naar Belgie en belde ik mijn baas om de week daarop vrij te nemen. Het was een weekje België met gemengde gevoelens. We namen waardig afscheid, maar gingen intussen ook naar een communiefeest twee trouwfeesten van de bovenste plank en een uurtje met nichtje Nora spelen. Da’s het leven zeggen de mensen dan en zo is het. Geboren worden, opgroeien, trouwen, kindjes krijgen en dan begint alles opnieuw tot onze tijd gekomen is. Des te meer is het besef daar dat we echt moeten genieten en profiteren van de kansen die we iedere dag krijgen. Het doet me ook beseffen dat ik blij ben om in Parijs te zijn, mensen te ontmoeten en dat we zorgeloos de toekomst tegemoet kunnen gaan.


L'avenir sera un plaisir
Op het werk spreken ze nu van ‘Breakthrough thinking’. Het principe is dat je jezelf ambitieuse doelen stelt op lange en korte termijn die niet alledaags zijn. Doelen die misschien onwaarschijnlijk lijken maar die met de juiste attitude en wat geluk gerealiseerd kunnen worden. Belangrijk hierbij is ook dat je je focust op alles wat lukt en positief is. Ik vind me daar persoonlijk wel in. Wij hebben dat beetje geluk gehad om een uitzonderlijk pad te kunnen volgen en het smaakt naar meer. Ik wil nog veel dromen realiseren; en ik wil het doen op een leuke manier. Een halve marathon lopen kunnen we al, nu beginnen we op het gemak te trainen voor een volledige. Intussen gaan we drie weken naar China, nog eens een stukje van de wereld gaan bekijken. En wie weet wat de toekomst brengt. Wat het ook mag zijn, we zien het zitten. The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams. (Eleanor Roosevelt)

dinsdag 29 maart 2011

Voyages de noces Mexico

Het zal waarschijnlijk aan het goede getrouwde leven liggen maar het moest dus 5 maand duren tegen ik nog eens tijd had om wat bij te bloggen. First things first: de huwelijksreis.



Huwelijksfeest - Anzegem - Brugge




Op zaterdag 23 oktober zijn we getrouwd. We hadden het zeer goed voorbereid en heel de dag is absoluut perfect verlopen van begin tot einde. Iedereen was onder de indruk, wij konden ons geen betere dag inbeelden. Om zondagmorgen 5 uur ging de muziek uit, lichten aan en al snel daarna oogjes dicht in de suite van de Rembrandt in Vichte. Tegen de middag kropen we uit ons bed voor ons ontbijt, waar we de buitenlandse gasten die ook in het hotel verbleven nog konden uitzwaaien. Daarna trokken we naar de ouders in Anzegem, nog even de Noren een goede reis terug wensen en dan met pak en zak naar Brugge, van waaruit we de maandagochtend onze huwelijksreis zouden aanvatten. Maandagochtend vroeg eventjes lichte paniek in de duisternis omdat mijn kersvrouwtje haar verlovingsring niet direct meer gezien had, ik was er redelijk gerust is dat die wel ‘ergens’tussen ons gerief zou liggen. De avond voordien was ik bovendien zelf mijn trouwring kwijtgespeeld in de badkamer maar werd die gelukkig door mijn schoonmoeder teruggevonden, kwestie van een goede eerste getrouwde indruk te maken… Vanaf dan draag ik hem dan ook aan de middelvinger, wat niet is zoals het hoort maar er zijn dan ook zoveel conventies die de mensen moeten volgen.



Brugge – Zaventem – New York




De eerste stop in de huwlijksreis was New York city waar we 2 dagen bij onze goede vriend Frederiek zouden doorbrengen. ’t is te zeggen, wij met vermoeide feestbenen en een jet lag aan 2 per uur terwijl Fred net zijn laatste stagedagen als advocaat in Manhattan met verve aan het inkleuren was. We genoten van een wandeling in de stad, een gratis pasta die op straat werd uitgedeeld, een boottochtje naar het statue of Liberty en de ‘Best Burger’ in town die Fred ons liet ontdekken in een vettige burgerplace dat netjes verstopt was in een luxerestaurant. De laatste nacht werden we gewekt door een smurf die Frederiek bleek te zijn die net een fenomenale laatste zware avond had volmaakt als het blauwe wezen. Hilarisch.


Gejetlagd maar tevreden op Times Square



New York – Playa del Carmen


De volgende dag zetten we eindelijk voet op Mexicaanse bodem. Maar liefst twee taxichauffeurs stonden klaar met een bordje ‘Verschuere’, en ze bleken effectief alletwee op ons te staan wachten. We lieten het hen zelf uitvechten en even later waren we op weg van het vliegveld in Cancun naar Playa del Carmen, onze eerste Caraibische bestemming. Uitzonderlijk hadden we de hele reis via MexicoTravelPlan.com gepland, en het was dik in orde. In Playa del Carmen hadden we net zoals voor de rest van de reis een schoon hotelletje, een propere kamer en zelfs een zwembad (op 50 meter van de zee). We genoten nog snel van zee en zwembad en gingen dan op zoek naar onze eerste échte Mexicaanse maaltijd. Een redelijk toeristisch etablissement maar lekker gegeten én al meteen geleerd dat Mexicaanse dipsaus niet geschept mag worden zoals de gewone Doritos dipsaus. Na twee pintjes ‘Sol’ was het brandend gevoel gelukkig geblust. We bleven maar één nacht in Playa del Carmen, zoals we overal maar één of twee nachten zouden blijven.


Ons eerste Mexicaans ontbijt 's morgens in de vroegte




Playa del Carmen – Chitzen Itza


De nationale busmaatschappij bracht ons naar Chitzen Itza. Denk hierbij niet aan gammele busjes op kiezelstraatjes maar aan luxueuse bussen met airco, beenruimte, een filmpje; luxe die ik in Europese bussen nog niet veel gezien heb. Chitzen Itza was de eerste Maya stad die we bezochten. Een van de nieuwe zeven wereldwonderen. We verbleven in een luxeoord met een geweldig restaurant, hangmatten voor de deur en zoals steeds twee dubbele bedden in de kamer. In zoveel luxe waren we nog niet vaak op reis geweest maar die reisorganisatie had dat dus allemaal geregeld en voor een keertje zaten we er niet mee in. ’s Avonds gingen we naar de Light & Sound show op de historische site. Slaapverwekkend en onprofessioneel dus bleven we niet tot het einde. We besloten dat het beter zou zijn om niet te laat te gaan slapen om dan ’s ochtends vroeg bij de eerste te zijn aan de ingang. Zo gezegd zo gedaan, de hele trip zouden we nooit veel later dan 7 uur uit ons bed kruipen om in de ochtendkoelte van veel moois te genieten. In Chitzen Itza was het niet anders. We waren onder de indruk van de lege vlakte met de wereldwonder-tempel, het Maya-sportveld en her en der gebouwen en pleintjes die de Maya’s er gezet hadden. Indrukwekkend en uniek, daarvoor waren we er ook op bezoek natuurlijk. Net als bij de piramides in onze eerdere reis naar Egypte moet je er geweest zijn om de pracht en historiek ervan te kunnen ervaren. Na enkele uren de stad bezocht te hebben, besloten we wat bij te tanken met een burger en een liquado. Die liquado’s, dat is iets geweldigs in Mexico. Het is eenvoudigweg een cocktail met gecrusht ijs en vers fruit. Het fruit is écht vers en lekker en komt in alle vormen, smaken en kleuren. Iedere combinatie is mogelijk. Party people denkenbij Mexicaanse cocktails misschien sneller aan Tequila en Margarita cocktails maar wij hebben een hele reis lang alcoholvrije fruitcocktails gedronken. En lekker fris dat ze waren, en goed tegen de dorst. Mmmmm.



The happy couple aan El Castillo, een wereldwonder



Chizen Itza – Mérida


Mérida is een middelgrote provinciestad in Yucatan. Het is niet specifiek gericht op toeristen maar is vooral een stad waar de gewone Mexicanen werken en leven. Mérida is een bruisende stad waar we op een heel aangename manier de Mexicanen wat beter leerden kennen. Het is zeker en vast een vriendelijk volkje, hulpvaardig en oprecht geinteresseerd om te weten te komen vanwaar je afkomstig bent. We voelden helemaal niet de toeristen die moest uitgemolken worden. Op een bepaald gingen we een van de bars binnen die helemaal afgesloten was, behalve een soort van saloon-deur waardoor we wel konden merken dat het een gezellige boel was binnen. Het interessante was dat ze blijkbaar enkel bier verkochten, geen eten, geen cocktails. Perfect voor een avondje doorzakken maar niet voor hongerige toeristen. We gingen dan maar verder naar een Amerikaans aandoende diner waar we tortillasoep en Azteekse steak konden proeven. Rare dingen allemaal, maar zeer smakelijk. Al dat goeds, je komt er vanzelf losser van. Uit enthousiasme kochten we in Mérida ook een hangmat. Zonder twijfel hebben we ietsje teveel betaald dan noodzakelijk en heel nuttig is het ook niet om een hangmat te hebben als je op 30 vierkante meter woont in Parijs maar ’t zal een mooie herinnering blijven van Mérida.


Een grote Europeaan in een supermarkt vol kleine Mexicaantjes



Mérida – Campeche



Campeche was een tussenstop aan de Westkust van Mexico. Historisch erfgoed, straatjes in koloniale stijl maar weinig te beleven. We verbleven er in het Plaza Hotel, wat waarschijnlijk het minst leuke hotel was waar we verbleven zijn gedurende onze reis. Indrukwekkend was wel toen het ’s avonds opeens heel erg begon te regenen. De straten hadden geen riolering dus liep alles gewoon naar beneden, richting de zee. Onderaan de straatjes was er bijgevolg een vloedgolf van regenwater die zich verzamelde. Alles weer eens proper.



Campeche – Palenque

Met propere voeten kwamen we aan in Palenque, opnieuw een oude Maya-stad. Hoewel de stijl uiteraard vergelijkbaar was aan Chitzen Itza, bracht deze stad opnieuw een heel unieke ervaring en sfeer. In de jungle hoorden we het geschreeuw van wilde dieren, waavan we later zouden leren dat het brulapen waren. Ook zagen we plots een tapir uit de struiken opduiken , een soort van zwijntje met lange snuit, familie van de miereneter. Onbeschrijfbare uitzichten over de jungle op top van een tempel in het zonnetje, dit was vakantie van de bovenste plank. Niet heel ver van Palenque bezochten we ook de watervallen van Agua Azul en nog een andere waarvan de naam me nu ontsnapt. Een beetje érg toeristisch maar een verfrissende duik konden we niet weigeren natuurlijk.





Een waterval in het bos


Palenque – Yaxchillian – Bonampak

Onze laatste Maya tempel gelegen op Mexicaans grondgebied was Yaxchilian. Aan de grens met Guatemala, langs een rivier die de grens bepaalt tussen de twee landen. Een boottochtje van driekwartier bracht ons ter plaatse, met ons een groepje (dikke) Mexicaanse toeristen. We splitsten ons af van de meute en gingen met ons twee de tempels bezoeken. Opnieuw een nieuwe ervaring: een labyrint met vleermuizen, apen in de bomen, nauwelijks zichtbare cameleons en heel wat historiek uiteraard. Uiteindelijk kwamen we in Bonampak terecht waar we nog ‘échte indianen’ zouden ontmoeten volgens onze brochure. Echte indianen die wel al wat gemoderniseerd waren bleek uiteindelijk toen ze ons in hun autootje naar hun toeristencamping voerden. Onze ‘nacht in de jungle’ was de minst luxueuse overnachting van de reis maar niets waar een gemiddeld festivalganger zou mee inzitten.




Oude trappen en tempels in een zonovergoten jungle, de droom van elke ontdekkingsreiziger.


Bonampak – Flores – Tikal

De volgende dag staken we de grens over naar Guatemala en was het snel gedaan met de Mexicaanse gastvrijheid. Toen we met een bootje de rivier overstaken, stonden de Guatemalanen al klaar met een hoopje geld in hun handen om onze peso’s om te wisselen in Quetzal, de lokale munt. Nog wat geld aan de douaniers hier en daar en we mochten vertrekken. De langste reis van onze tocht brachten we door in een gammel busje op een niet verharde weg in een bont gezelschap van Duitsers, Italianen, Engels, Spanjaarden, Mexicanen, Amerikanen, Hollanders, Australiërs, een Japanner en nog een paar van overal. Gedeelde miserie is halve miserie dus was de ambiance nog redelijk goed in het busje. Er zaten er tussen die al maanden aan het reizen waren en gewoon de weg namen die hun het best uitkwam dus iedere keer nog op zoek moesten naar hun hotel. Voor ons wat dat allemaal geregeld. Ons hotelletje in Flores was niet slecht, ondanks het feit dat we onze kamer moesten delen met een salamander die over de muren liep en achter een fotokader sliep. Al die moeite om uiteindelijk in Tikal te geraken, een kroonjuweel van de Mayabeschaving. Om 5 uur kwam het busje ons halen zodat we om 6 uur ter plaatse waren, te laat voor zonsopgang maar op tijd om helemaal van op de hoogste tempel (Tempel IV) de ochtenddauw te zien optrekken uit de jungle en de apen hun ontbijt te zien eten in de bomen recht voor onze ogen. Tof. Meer dan 6 uur zouden we in Tikal rondlopen om uiteindelijk maar een fractie te zien van de stad die nog grotendeels bedekt is door de jungle. We zagen er ook de veelkleurige Toekan vogel. Na Tikal hadden we zo het gevoel dat we het wel gezien hadden. En dat was net op tijd want we gingen terug richting Caraïben.


Op het dak van de jungle in Tikal (Guatemala)


Tikal – Tulum

Toen we aan ons hotel in Tulum aankwamen moesten we in het donker een stukje over het strand om aan onze hut te geraken. Een grote kokosnoot lag voor de trap. ‘Fijne marketing’ dacht ik, tot we de ochtend nadien ontwaakten en onze ware locatie voor ogen kregen. Een parelwit privéstrand met ligstoelen voor het select gezelschap hotelgasten, palmbomen met échte kokosnoten die effectief uit de bomen vielen en de azuurblauwe Caraïbische zee. Zoals in de boekskes en weeral maar eens meer dan we ooit verwacht hadden. Louise heeft zich met een boekje in de zon gezet terwijl ik in de golven ging spelen en snorkelen om mijn laatste dieren in het wild (tropische vissen) te zien. Tegen dan begon mijn Spaans ook al op praktisch niveau te geraken waardoor de Mexicanen altijd nog iets vriendelijker zijn. Een droomstrand om te eindigen, helaas maar één dag want na Tulum moesten we terug huiswaarts keren. Een week aan het strand extra was ideaal geweest maar helaas, het was al heel erg mooi geweest. Na het perfecte trouwfeest, de perfecte huwelijksreis. Superduper.


Uitzicht vanuit onze luxe-strandhut


En dan back to reality: Zondagmorgen om 6u de taxi naar Tulum busstation, bus Tulum –> Palaya del Carmen, bus Playa del Carmen naar Cancun, vliegtuig Cancun –> Miami, vliegtuig Miami –> Londen, vliegtuig Londen –> Brussel, trein Brussel – >Parijs en dan de metro naar huis.


Maandagavond 23u waren we thuis. Dinsdagmorgen terug op het werk.


Eindelijk tijd om wat uit te rusten.



donderdag 18 november 2010

Woehoe

Je suis Expert

Het is alweer lang geleden dat er hier nog een update verscheen van onze buitenlandse avonturen. We waren dus geland in Parijs, beginnen werken en gesetteld te geraken. Wat daarop volgde was de periode van het juiste ritme vinden. Niets nieuws onder de zon. Maar zo’n periodes duren nooit echt lang. Na een paar maanden integratie in het Franse werkleven werd ik gecontacteerd door enkele bedrijven die op zoek waren naar mijn profiel. Aangezien ik nog niet zo lang bezig was als consultant was ik niet op zoek om te veranderen. Naarmate de tijd vorderde verdween de taalbarrière op het werk en kon ik me toeleggen op mijn effectieve taken die op zich niet zo heel veel voorstelden. Ik moest vooral cijfertjes met elkaar vergelijken, een zeer gemakkelijk taakje waar ik snel mee gedaan had dus zat ik me uiteindelijk veel te vervelen op het werk. Toen kreeg ik het aanbod om als SAS Expert te gaan werken bij Catalina Marketing. Een marketingbureau dat iemand zocht die ervaring had in analyse van supermarktgegevens, meertalig was en in het Insight team nieuwe solutions kon ontwikkelen en oude verbeteren en automatiseren. Een mooie functie die ik niet kon laten liggen. Het laatste jaar was ik al in meerdere stroomversnellingen terecht gekomen. Eerst in Londen een nieuwe uitdaging bij Royal Mail, dan de vrij plotse verhuis naar Parijs, redelijk vlug een job gevonden en dan nu opnieuw de stap vooruit als ‘Expert SAS’. Nu mag het even rustiger aan.

Op mijn eerste dag in Catalina had ik het gevoel dat ik eindelijk volledig aangekomen was in Parijs. Voordien waren het zes intensieve maanden geweest van Frans leren en onze weg zoeken maar nu zijn we definitief vertrokken. De collega’s zijn allemaal jonge mensen, die op woensdag gaan voetballen, elkaar met stressballen bekogelen om te ontspannen en geregeld spontaan een half uur reserveren om een verjaardag te vieren.. Precies de omgeving waar het goed in vertoeven is, vooral ook omdat het werk interessant is.

Je vous présente ma femme

Maar een mooie job vinden was nog niet het belangrijkste recente wapenfeit. Na een jaartje verloving en een serieuze voorbereiding zijn we ook heel vlotjes getrouwd geraakt. Mijn laatste doelstelling voor de trouw was in form geraken, kwestie van wat scherper te staan voor de trouwfoto’s. Een gedisciplineerde training van enkele maanden werd afgesloten op de halve marathon van Brussel op 10 oktober. Na een onzekere start (hoe snel mag je zo lopen als je het wil overleven?) en een sterke finish (iets sneller dus) rondde ik de wedstrijd af in 1 uur 41 minuten. Niet slecht voor een eerste keer, mijn doelstelling van onder de 2 uur te blijven was ruimschoots behaald. Volgend jaar nog beter! Maar het beste moest nog komen natuurlijk.

De donderdag voor de trouw begonnen de festiviteiten met de ‘schieting’, het traditionele feestje waarbij de hele streek enkele uren het hels geknal moet aanhoren van de kanonnen die het huwelijk aankondigen. Een paar bakken bier, een houtvuur buiten (het is koud in oktober) en een twintigtal lokale sympathisanten en we waren vertrokken voor een mooie avond. De ambiance zat er al goed in, dat beloofde voor de trouw.

Op zaterdag was het dan de grote dag. Ik had goed geslapen. Louise was bij haar thuis in Brugge, ik bij mijn ouders in Anzegem. Behalve toen ik moest beslissen welke das ik zou kiezen voor de mannen in de suite was ik nog geen seconde gestresseerd geweest en ook die ochtend helemaal niet. Ik wist waar ik aan begon op het moment dat ik mijn aanzoek deed en ik keek enkel uit naar wat zou komen. Een paar luide knallen luidden het begin van de grote dag in. Buiten stonden de buren opnieuw met het schietijzer de wereld te verblijden vroeg in de morgen om ons een voorspoedige dag te wensen. In de verte zag ik een prachtige volledige regenboog. Een goed teken? In feite was het vooral een teken dat het daar in de verte, richting Brugge al serieus aan het regenen was. Het zou de hele dag door blijven regenen, behalve het moment dat we uit de kerk kwamen. Louise had lichtjes tot niet zo lichtjes symbolische rijstwerpen aangevraagd en dus kregen we dat ook. Minuten lang werden kilo’s rijst over onze hoofden uitgekapt. Mijn zwart kostuum (met blauwe das) werd spontaan een zebra-kostuum door de vlekken die de rijst achterliet, makkelijk op te kuisen gelukkig. Maargoed, we lopen vooruit op de feiten.

Eerst was er de trouw voor de wet op de Burgh in Brugge. We namen van de gelegenheid gebruik om al wat groepsfoto’s te nemen. Ik had geen verwachtingen van die wettelijke trouw, gewoon contract tekenen en wegwezen dacht ik. Maar de schepen van Burgerlijke stand van Brugge maakte er toch iets significants van. Hij nam de tijd om te vertellen over het belang van het huwelijk en de liefde. Dit alles in een prachtig Neo-Gotisch ( ?) decor. Na de trouw van de wet was er officieel tijd voor de fotoshoot. Het was koud en het regende een beetje maar toch waren we toch een uurtje zoet met bibberen en lachen in de Brugse binnenstad en in het station, voor wat ongetwijfeld memorabele foto’s zullen zijn. In de namiddag volgde de trouw voor de kerk, waar we toch wat tijd ingestoken hadden om het persoonlijk te maken. Twee goeie vrienden als ceremoniemeesters leidden alles in goede banen. De “Treulich geführt” van Wagner (‘daar komt de bruid’) zette in en we waren vertrokken voor een uur lang een geweldige mis. De immer ontspannen jonge priester van de St Baafs parochie, Vincent, vervulde zijn rol perfect. De nichtjes en neefjes brachten een toneeltje, de zussen lazen en de moeders kregen het laatste woord. Het perfecte plaatje, al had ik het nog altijd koud van de fotoshoot vooraf. Gelukkig was er buiten na de rijst-storm een aperitiefje voorzien om het bloed wat op te warmen en de festiviteiten te beginnen. De volgende stop was het rusthuis in Anzegem waar we een eerste feestje bouwden met de grootouders die het grote avondfeest niet zouden bijwonen. Daarna nog wat hobbelige natuurfoto’s in Anzegem en de receptie kon beginnen. Vooraf had ik mijn twijfels over hoe leuk dat eigenlijk zou zijn, zo in een rijtje staan en allemaal mensen verwelkomen zonder er eigenlijk echt iets tegen te kunnen zeggen. Maar het viel supergoed mee. Een paar glaasjes champagne drinken en intussen honderden gelukwensen, kussen en glimlachen ontvangen. Pure positive vibes die je niet vaak in zo’n mate meemaakt.

On fait la fête

En dan was het tijd voor het grote avondfeest. “I’ve got a feeling – Black Eyed Peas” begon te spelen, wij gingen de zaal binnen en iedereen stond op hun stoel met hun servietten te zwaaien. Ongeloofelijke ambiance van de allereerste seconde. Ik krijg er letterlijk nog kippevel van telkens ik dat nummer nu hoor. En daarna ontwikkelde zich stelselmatig het perfecte feest. Ik die nog eens kon uitpakken in een speech, uitstekende maaltijd, geweldige showtjes van de vrienden, de aankomst van nog meer feestlustigen en dan de mooie openingdans waarna de dansvloer zich vulde en niet meer zou leeg komen te staan tot vijf uur. That night was a good good night. Ik kon me geen betere trouwdag gedroomd hebben.

dinsdag 13 juli 2010

Meet the neighbours


After having spent almost three years in London and now five months in Paris, one would almost forget that there’s still something we used to call ‘home’ back in Belgium. Home is a wonderful place where I grew up in absolute happiness. I remember the green open spaces of my hometown were I would just lie on the grass and watch the clouds pass by in absolute silence. It’s also the place where our family and closest friends live, the people you could never imagine not having around forever. But still we chose to move to big cities, to live in very small spaces and to share parks with thousands of others whenever we want to lie on the grass. This also means meeting new people from all around the world every day and discovering whatever life has got to offer. There are great sacrifices on the one hand, great rewards on the other.

Once in a while the two worlds collide. One weekend in June Louise was in Venice for work (eating ice cream and buying shoes), so I took the opportunity to invite a bunch of Belgian football buddies for an “old-fashioned training camp”. They’re not really the type of guys that get a kick out of travelling. They’re most comfortable playing football and grabbing some beers afterwards. I was surprised to see the general enthusiastic acceptance of my invitation. The ‘no wives’ - bit in the invitation might just have done the trick. 5 of them would come and crash in our tiny flat for a weekend. I set some basic ground rules and reminded them to bring a mattress and perhaps some beer if they were looking to booze a little. When I picked them up at the Metro stop close to our flat on Friday, they were to be heard and seen from a distance. Each of them was carrying a heavy bag. They did not bring mattresses; they did not bring towels or clothes. They brought beer. Over a 100 liter of cans of Jupiler, Belgian’s finest lager. As these cans were significantly heavy, they started drinking them along the way, getting themselves nicely toasted even before arriving. I was happy to meet them as I knew them back home, unaffected by the big city. As they marched into the flat on the 5th floor we were soon reminded that we were not partying in our local backyard but in a building which was inhabited by hundreds of people. After that first excitement two of the heroes crashed and fell asleep into each others arms. The others went for their first pita of the weekend (we would round up with our 4th pita on Sunday evening). Whilst eating our midnight snack on a bench, one showed up with a toilet seat he amazingly found lying around. Yes, it would be an interesting weekend.

On Saturday we woke up pretty early – sleeping on a wooden floor does not stimulate lying in. I got some baguettes for breakfast, we filled a bag with beers and we were on our way. As for some it was their first visit to Paris, I wanted to show them at least the essentials. We walked along the Seine, Notre-Dame, the Eiffel-tour, the Louvre, the Marais, Montmartre (Moulin Rouge) and Sacre-Coeur just to name a few. On our way we bought beer wherever we found some to clench our thirst. When the active part of the day was over, we went to a pub to see some world cup games or just chilled lying in the grass (at the Eiffel tour) or listen to live artists in Montmartre. The Paris experience was complete. As we opened the windows of the apartment on Sunday morning and I put on some classical music (as I like to do on Sunday mornings) the neighbours were welcomed with a mix of Tchaikovsky and Belgian humour noises. And then it finally happened: the door bell rang, somebody was at the door. I expected some angry French woman (we heard some angry cries the night before) but to my surprise it was our neighbour from upstairs, Bertrand, I met the other day. This time he was not stoned, just a slightly bit drunk and asked if he could join the party. I welcomed him and reminded him of our previous encounter – which he did not remember. The Belgians were glad to share some beer with our new friend and performed a live whipping act (yes, leather vs flesh) to his complete amazement. We ended up visiting his flat, meeting Wolfie (his ginger cat) and listening to some Vive la fête music. Apparently Bertrand is a professional bass player who has worked with the best (Interpol) and knows the lead man and woman from Vive la fête pretty good. Cool stuff. We left Betrand to get our lunch at restaurant Casa di Naktel close to our flat. Casa di Naktel is the best restaurant in Paris: great food, great staff, great price. In the end, my football buddies went home happy. Happy with their weekend in Paris, to have seen the city, to have met the people, to have drank over 100L of beer but also happy to go back to their wives and sleep in their beds in their cosy comfortable little town. The pleasure was all mine.

dinsdag 8 juni 2010

La Bel(ge) vie Parisienne

When it’s sunny in Paris it feels like we’re on holiday in the south of France and the Mediterranean is just around the corner. After work on Friday we decided to go to the park to test our brand new football (in French colours). Just kicking around, a dopy-looking dreadlock dude came to us and started to play along. Being the nice people we are we didn’t object and introduced ourselves. Next thing he took the ball and kicked it as hard as he could into a group of people having a pick nick, hitting a girl on the head. They appeared to be his friends. After 2 more minutes of playing, he went back to join his group and called out to invite us to join them. Eager to meet some people in Paris and being in a relaxed mood we sat down with the bunch of beer and vodka drinking, smoking students. They were studying to get a higher degree in ‘sound’ management and welcomed us with open arms. They loved the fact that we were Belgians because (according to these people) Belgium has got the best culture and festivals in the world. One guy in particular could not stop talking about the many times he visited Pukkelpop, Dour festival, Werchter and how he ended up in Ostend one day. Another was eager to learn more about Belgian politics and thought Tom Barman was the cutest guy he had ever seen…

The next day it was the final day of ‘Belgian week’ in Paris. All week long several Belgian artists were performing all around Paris. On Saturday we were hoping to see ‘A Brand’ in the Cité Universitaire and in the evening a whole bunch of promising groups performed at Montmartre. We took the Vélib to go to the Cité Universitaire. Vélib is a bicycle renting service that allows you to borrow a bike for a day at the price of 1 euro. Given that it was sunny and there are Vélib stations all around Paris, it seemed like a fun idea. It was absolutely brilliant. In no time we drove down to the Cité Universitaire whilst enjoying a nice cool breeze on our bikes. We docked our bikes in one of the stations and went in to the impressive Cité where students from around the world live united in different huge buildings by country. The Belgian House looked quite impressive, especially with the stage next to it and a beer and hotdog stand to provide for all needs. In our case: Kriek and Delerium Tremens. Whilst waiting for the next band to start performing, I accidentally spilled a significant part of my beer on the girl sitting next to me. For maximum impact she was wearing open shoes that were now completely soaked in beer. As I apologized we started talking and found out that she was also Belgian, also studied at the same university as we have and actually knew the student association I co-founded when I was a student. Somehow, I had the impression she was not impressed by the reputation of my ‘Moeder Feeste’ (Mother Party) association nor with the fact that I spilled beer over her shoes but somehow I found it funny how the two observations came together.

We had to leave the Cité Universitaire without having seen A Brand because greater things were upon us. We met up with Linne (Belgian), Rafa (French), Jo and Ed (English) for the final gigs. It started off with ‘Balthazar’, a fine rockband from back home that performed solid. The drink of the night was Affligem, a Belgian speciality beer that the French drink as common lager. Louise discovered Ricard pre-prepped in a bottle so soon we were pre-prepped for the next gig: ‘Sold out’. Never heard of it before, being Walloon-Belgian (not Flemish-Belgian), but it was again very good. Very danceable as well and as the French audience sat down at some tables closer to the bar, the Belgian-spirited ones already started to jumping around a bit. The Disko Drunkards were the final gig. A combination of members of Millionaire, Vive la fête, Deus and the Glimmer twins set the night on fire. At first it took getting used to their strange-ish mix of disco, rock and dance (performed live) but finally the whole crowd was going with it. It was a superb night, our first superb night of partying since we moved to Paris. To be repeated. Still enthusiastic about our Vélib bikes we decided to cycle home which was a bit painful in the end, not knowing the area that well but we managed. On Sunday we recovered through sleep and a decent Italian meal at our local restaurant.

And so we are getting more and more settled down in Paris. Returning from work the other day I met our neighbour on the stairwell. He was stoned out of his mind and almost fell down the stairs as he introduced himself. He seemed like an okay guy and I didn’t mind meeting my neighbour so I didn’t object when he said we should go out for a beer one day. Pleased by my positive response, he came to our flat ten minutes later (still stoned) and started telling me about his cat, Wolfie. I kindly said ‘à la prochaine’ and closed the door to go back to my dinner. Another 5 minutes later, the doorbell rang again and there he was again but this time he brought Wolfie, a nice ginger-white cat that looked rather stressed. I declined his request to meet (and kiss as the French do) Louise but I’m sure we’ll meet again soon in less of a high, the four of us.