Vorige week maandag zijn we begonnen aan Londen, deel twee. Deel 1 is niet echt afgelopen zoals gepland en in de plaats dat ik terug naar Belgie ging, kwam Louise ook naar Londen bij Dunnhumby. Van de drie andere Belgen zullen er tegen september twee terug thuis zijn, die zijn voorlopig tevreden met de opgedane ervaring, wij breien er hier dus een tweede deel aan. Dat tweede deel begint met een verhuis, feestjes en nieuwe doelstellingen op professioneel gebied.
De verhuis
Na een jaar van lange afstandsrelatie Londen – Brugge, met voordien ook relatieve afstanden Anzegem – Leuven en Brugge – Gent schakelden Louise en ik nu dus over op een 24/24 – 7/7 samenwonen in Londen. We keken er allebei naar uit maar je weet natuurlijk nooit hoe dat uitdraait.
Met grote weerstand van het immobilienkantoor Northfields Ltd. (the worst bloody real estate in London - ze kwamen niet opdagen op afspraken om de flat te zien en gaven ons vervolgens de foute sleutels) vonden we ons nestje in Mattock Lane, Ealing. Met uitzicht op een groene tuin met bomen en het gebouw van Dunnhumby op een letterlijke steenworp. Op twee uurtjes waren verhuisd van de oude flat die we even met Koen en Thomas gedeeld hadden. Op het eerste zicht zag het er al goed uit. Mooi opgeruimd en precies zoals we het ons min of meer meenden te herinneren. Een goede week later ben ik blij dat het er nog altijd goed uitziet. Het is klein maar we hebben genoeg plaats, een goed functionerende douche en andere sanitaire installaties en een keuken met alles erop en eraan. Tot nog toe spenderen we de grootste tijd ‘s avonds aan huishoudelijke taken. Koken, afwassen, kleren wassen, strijken, rekeningen bijhouden, meubels in elkaar steken en het bijhorend boeltje opkuisen. Louise wist al enkele klassiekers boven te halen als: ‘ne mens is toch nooit gedaan met zijne was’, ik hield het bij ‘waar is mijn gerief hier, kga dat kastje hier in een handomdraai in elkaar vijzen’. Bij gebrek aan gerief probeerde ik het met een kurkentrekker, wat wel lukte in het begin maar uiteindelijk toch niet zo ideaal bleek om onze gloednieuwe kleerkast in elkaar te vijzen – om die gewassen kleren dan in te leggen. U hoort het, ook in Londen valt een mens al snel terug op de klassieke gezinsactiviteiten. Daags nadien kwam ik thuis van de voetbal en stond Louise al duchtig de kast verder ineen te vijzen met de versverworven schroevendraaier. Na het eten begon ik dan tomatensoep met balletjes te maken voor de volgende dag terwijl Louise de laatste hand legde aan onze prachtige kleerkast. Of hoe klassieke gezinsactiviteiten ook geswitchd kunnen worden.
Eenmaal ons nest volledig in elkaar getimmerd is en Louise klaar is met haar was, kunnen we dan eindelijk eens deftig wat mensen uitnodigen. Iedereen altijd welkom zou ik zeggen. Onze online geshopte (leve Argos) en nadien zelf gemonteerde salontafel staat al klaar. Blijven logeren is enkel voor avonturiers die niet omkijken om op een matje of sofa te slapen.
Feestjes
In het weekend is er gelukkig wel tijd voor feestjes. Midden juli hadden we het officiele Summer Ball van Dunnhumby. Aperitief bij Duitse vrienden, een classy locatie, deftige mensen, lekker eten maar een wat tegenvallende fuif (enkel Fosters’ bier, schande).
Festivals zijn er in Londen in overvloed al betaal je meteen natuurlijk de volle prijs als je de toppers wil gaan bekijken. Lokaal was er ook het Ealing Summer Festival waar we voor de zeer democratische prijs van 1 pond al het festivalgedruis konden opsnuiven. ‘Think of one’, een Belgische band, was de headliner waarvoor we speciaal uit ons kot kwamen en het was zeer de moeite. Een mix van Afrikaans en Antwerps, trompetten, elektrische gitaren en trommels maar very good tunes. Louise herkende tussendoor ook Tom Pintens van diverse Vlaamse (rock)bands als gitarist.
Eind juli hadden we de eer om naar het huwelijk te gaan van mijn oom in het exquise Bowood Golf domein in Melksham. Engelse trouwfeesten zijn een beetje anders dan in Belgie. Om 14u begon de wettelijke ceremonie, waarna geaperitiefd werd. Tegen 15u30 kregen we dan (eindelijk) ons middagmaal, waarna een ‘pauze’ viel waar je gewoon kon drinken en het immens prachtige terrein verkennen. Tegen 18u begon het avondfeest dan stilletjes met de eerste dans en iets later nog het avondbuffet, terwijl het feest verder doorging tot iets na middernacht. Op het eerste zicht leek iets na middernacht een spijtig vroeg uur om een trouwfeest te beeindigen maar als je al van 15u aan het drinken bent lijkt het plots minder erg. Er waren hoofdzakelijk 40-60ers dus begon het dansen wat trager maar tegen het einde van de avond deden ook de Engelsen volop mee met kedek kedeng, polonaises in overvloed en terre brulee en al zo’n dingen. Een goed feestje zou ik zeggen. De dag nadien was er nog een afterparty waar ik vooral het water en de cheesecake wist te waarderen.
Bowood golf- en trouwterrein
Tussendoor is er hier altijd wel ergens een houseparty of Dunnhumby social events. Intussen ben ik al opgeklommen tot dergelijke regionen dat ik sinds kort officieel lid ben van het Dunnhumby Social Committee. Met geld van het bedrijf feestjes organiseren dus, mijn eerste inbreng was de aanschaffing van voetbalgoals zodat we in het park kunnen gaan shotten wanneer we maar willen, zonder iedere keer 6 pond te betalen zoals nu het geval is.
Werk
Maar de hoofdbrok van onze tijd spenderen we natuurlijk op het werk. Na een jaar vond ik het wel weer tijd om een stap voorwaarts te zetten. Op het werk heeft iedereen een persoonlijke Career Manager die u advies geeft over hoe je je eigen ambities kan afstemmen binnen het bedrijf. In termen van carriere strategieen kan je mensen opdelen in ‘Race horses’ die zo snel mogelijk vooruit willen en hoge doelstellingen stellen, er zijn ‘Frogs’ die rustig op hun lelieblad zitten tot er plots een nieuw blad passeert en ze van de gelegenheid gebruik maken om te veranderen en tenslotte de ‘Koala bears’ die tevreden zijn met waar ze zitten en niet echt om verandering vragen. Ik vertelde mijn CM dat ik waarschijnlijk eerder een race horse was. Ik had al gevraagd om te veranderen van team en gevist om een promotie dus kwam dat niet echt als een verrassing. Dat veranderen van team was mijn baas niet al te happig om, dat zijn weer resources die hij verliest, maar ze gaan wel hun best doen om mij wat uitdagende projecten te serveren. Die promotie zou relatief vroeg zijn maar hij bevestigde ook wel dat het in principe niet te heel lang meer moet duren. Ik was nog verrast door de commentaar die hij gaf: “it’s not enough to do a great job every day, you also need to work on your professional reputation”. Daar had ik nu nog nooit aan gedacht, actief werken aan mijn reputatie. De essentie is dus dat mijn manager wil dat ik mij nog meer meng in algemene discussies en spontaan advies geef als ik een idee heb. Ik moet uit mijn ‘comfort zone’ treden en mij niet enkel concentreren op het feit dat mijn projecten goed en tijdig uitgevoerd worden maar ook spontaan collega’s gaan ondersteunen. De filosofie achter dat pro-actief ondersteunen is dat je nu al moet beginnen werken aan de vaardigheden die je later in je carriere zal nodig hebben. Interessant.
Dunnhumby zelf blijft verder zwaar globaal uitbreiden. Zo zijn er concrete plannen om voor het einde van het jaar in Zuid – Amerika aan de slag te gaan met Casino en werd ook een hele grote nieuwe klant in New York aan de haak geslaan. Als die laatste zich wat positief ontwikkelt, kan dit wel iets interessants worden voor wanneer we binnen een goed jaar beginnen na te denken over het buitenland, deel 3.